Vanuit het faillissement van rederij De Zilvermeeuw (van kapitein Medendorp) werd door de curator het schip verkocht aan Lex Tichelaar. Hij was bedrijfsleider van Scheepsrestauratie Friesland, en liet het schip ombouwen tot woon- en werkschip. De roef werd vergroot, ten koste van de machinekamer. De vloer van de roef werd over de Bronsmotor heen gelegd, waarvoor de bediening van de kleppen van de motor werd gedemonteerd om sta-hoogte te kunnen krijgen in de roef. Het ruim (26 x 6,5m) verbouwde hij tot werkplaats. Ligplaats werd Leeuwarden.


Hierboven de huidige roef


Schaalmodel van de Jura uit het Scheepvaartmuseum te Amsterdam
Model gemaakt door E. Bos


Na 2 jaar in gebruik te zijn geweest door Scheepsrestauratie Friesland groeide het florerende bedrijf uit haar jasje en verhuisde het naar Harlingen. Tichelaar verkocht zijn schip aan M. van Kinderen, een Rotterdammer die het schip naar Nieuwerkerk aan den IJssel liet slepen. Van Kinderen doopte het schip PRINSES CLAZINA II, en had er wilde plannen mee. Hij verving onder andere al het oude relingwerk, schilderde haar grijs in plaats van blauw, en wilde het in laten korten tot de originele lengte. Ook wilde hij er mee gaan varen, en er op gaan wonen. Al deze werkzaamheden kostten hem echter veel vrije tijd, en zouden dat in de toekomst voorlopig ook wel blijven doen. Deze tijd bleek hij echter niet te hebben, en zo zou het schip nog 1 keer een nieuwe baas krijgen.

klik-hier-voor-de-blogs-van-93-heden