De kleding

Er wordt gejudood in een JUDOGI (judo-pak). Dit bestaat uit een witte katoenen broek en jas, die wordt dichtgehouden door een band. De kleur van deze band zegt iets over de graad van gevorderdheid. De beginners zijn ingedeeld in KYU's (klassen), de gevorderden zijn ingedeeld in DAN's (graden). Je hebt 6 KYU’s en 11 DAN’s. Je begint met de 6e KYU (witte band) en gaat dan middels bandexamens naar de 1e KYU (bruine band). Vervolgens kan je (vanaf je 16e jaar) examen doen voor de 1e DAN (zwarte band). Hierna kan je nog een 2e en 3e DAN halen (regionale examens), en een 4e en 5e DAN (landelijk examen). Hogere DAN’s (6e, 7e, 8e, 9e en 10e) worden op grond van speciale verdiensten voor de judosport of exceptionele bekwaamheid in het uitvoeren ervan toegekend. Er zijn wereldwijd maar 17 judoka’s met een 10e DAN, waaronder Anton Geesink. De allerhoogste graad in het judo, de 12e DAN (een 11e bestaat niet) is voorbehouden aan de grondlegger van het judo, Jigoro Kano. Voor de kleuren van al deze banden zie onderstaande plaatjes (oplopend in gevorderdheid).

OBI1de 6 klassen (Kyu's)

OBI2de 11 graden (Dan's)

Om de vaak lange periode tussen 2 bandexamens op te vullen en het zo aantrekkelijker te maken voor jeugdige judoka’s (t/m 12 jaar), houden veel judo-scholen (vaak volgens een eigen systeem) slipexamens. Hierbij krijg je bijvoorbeeld middels slipexamens 2x een slip in de kleur van je volgende band, waarna je dan bandexamen mag doen. Bijvoorbeeld als je een witte band hebt doe je een keer slipexamen en krijg je (als je hiervoor slaagt) een gele slip die je op je band mag (laten) naaien. Vervolgens doe je een 2e keer slipexamen waarbij je een 2e gele slip kan verdienen. Als je dan 2 gele slippen op je witte band hebt mag je de keer erna bandexamen (voor gele band) doen. Andere judoscholen hebben ook wel een systeem waarbij je op je huidige band, eerst alle slippen van de overige 5 Kyu’s op je band moet verdienen voordat je bandexamen mag doen.

Tijdens wedstrijden van hoog niveau draagt de ene judoka een wit pak en de andere judoka een blauw pak. Door dit onderscheid is deze dynamische sport beter te volgen voor zowel het publiek als de scheidsrechters. Het blauwe pak is ooit een voorstel geweest van Anton Geesink en wordt voornamelijk in Europa gebruikt. Japan en Korea vinden dat je eigenlijk in het reine traditionele wit op de TATAMI (judomat) moet verschijnen. Als beide judoka’s een witte judogi aan hebben, moet één van de twee een extra rode band om, om zo het verschil op het scorebord goed aan te kunnen geven.